dagslot
zelfstandig naamwoord 'dɑxslɔtBetekenis
- koers of waarde bij het sluiten van de markt op het einde van de dag
- slot op een deur of hek dat men voor de daguren gebruikt
- plaats die men overdag kan innemen (om te vliegen)
Hoe spreek je dagslot uit?
/ˈdɑxslɔt/
Dagslot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| s | sok |
| l | land |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagsloten | enkelvoud |
| dagslots | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en slot zn
Woordfamilie van dagslot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagsloten | enkelvoud | dagslot |
| dagslots | enkelvoud | dagslot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagslot zijn vastgelegd.