daggeld
zelfstandig naamwoord ˈdɑxɛltBetekenis
- geld dat binnen een dag verdiend wordt
- zeer kortlopende geldelijke lening die bovendien op elk moment opvraagbaar is
Hoe spreek je daggeld uit?
/ˈdɑxɛlt/
Daggeld bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| l | land |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| daggelden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag en geld
Woordfamilie van daggeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daggelden | meervoud | daggeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daggeld zijn vastgelegd.