daggelder
zelfstandig naamwoord ˈdɑxɛldərBetekenis
- iemand die op het platteland per dag in dienst wordt genomen tegen een op dat moment afgesproken vergoeding
- iemand die zonder vaste aanstelling werkt tegen een vergoeding per dag
Hoe spreek je daggelder uit?
/ˈdɑxɛldər/
Daggelder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| daggelders | meervoud |
Herkomst
afgeleid van daggeld zn met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van daggelder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daggelders | meervoud | daggelder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daggelder zijn vastgelegd.