dagge
zelfstandig naamwoord ˈdɑɣəBetekenis
- steekwapen, langer dan een mes, maar korter dan een zwaard
- metalen staafje met een handvat waarmee bij het metselen specie tussen stenen word aangedrukt
- kort dik stuk touw, gebruikt om mee te geselen
- korte degen
Hoe spreek je dagge uit?
/ˈdɑxə/
Dagge bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| daggen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands dagge zn ; cognaat met degen en Engels dagger