dagdeel
zelfstandig naamwoord ˈdɑɣdelBetekenis
- een gedeelte van een dag.
- een halve werkdag.
Hoe spreek je dagdeel uit?
/ˈdɑxdel/
Dagdeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagdeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dagdeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| dagdelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en deel zn
Woordfamilie van dagdeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagdeeltje | verkleinwoord | dagdeel |
| dagdeeltjes | verkleinwoord meervoud | dagdeel |
| dagdelen | meervoud | dagdeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagdeel zijn vastgelegd.