cumul
zelfstandig naamwoord /kyˈmyɫ/Betekenis
- (Vlaanderen) het afleggen van alle vakken van twee academiejaren in één jaar
- (Vlaanderen), het gelijktijdig vervullen van verscheidene ambten door één persoon
- (Vlaanderen) het gelijktijdig uitoefenen van verscheidene banen of functies door één persoon
Hoe spreek je cumul uit?
/kyˈmyl/
Cumul bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| y | fuut |
| m | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het afleggen van alle vakken van twee academiejaren in één jaar Flanders
- het gelijktijdig vervullen van verscheidene ambten door één persoon Flanders
- het gelijktijdig uitoefenen van verscheidene banen of functies door één persoon Flanders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cumuls | meervoud |
Herkomst
Ontleend aan het Franse cumul.
Woordfamilie van cumul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cumuls | meervoud | cumul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cumul zijn vastgelegd.