coördineren
werkwoordBetekenis
- zo organiseren dat alles en iedereen goed kan samenwerken
Vervoeging van coördineren
coördinerenhele werkwoord — coördineerdeverleden tijd enkelvoud — coördineerdenverleden tijd meervoud — gecoördineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | coördineer | coördineerde |
| jij | coördineert | coördineerde |
| hij, zij, het | coördineert | coördineerde |
| wij | coördineren | coördineerden |
| jullie | coördineren | coördineerden |
| zij | coördineren | coördineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| coördineer | gebiedende wijs |
| coördineerde | verleden tijd |
| coördinere | aanvoegende wijs |
| coördinerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecoördineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecoördineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecoördineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecoördineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecoördineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecoördineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecoördineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecoördineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecoördineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecoördineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoördineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoördineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoördineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoördineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoördineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoördineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoördineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoördineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoördineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoördineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te coördineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecoördineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen coördineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecoördineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecoördineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecoördineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecoördineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecoördineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen coördineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult coördineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecoördineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecoördineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecoördineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘afstemmen’ voor het eerst aangetroffen in 1658
Woordfamilie van coördineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coördineer | gebiedende wijs | coördineren |
| coördineerde | verleden tijd | coördineren |
| coördineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | coördineren |
| coördineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | coördineren |
| coördinere | aanvoegende wijs | coördineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coördineren zijn vastgelegd.