counter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- tegenaanval
- toonbank
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| counters | meervoud |
| countertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| countertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van counteren
- gebiedende wijs van counteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van counteren
Vervoeging van counter
counterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘toonbank, buffet’ voor het eerst aangetroffen in 1940
Woordfamilie van counter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| counters | meervoud | counter |
| countertje | verkleinwoord | counter |
| countertjes | verkleinwoord meervoud | counter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van counter zijn vastgelegd.