compromitteren
werkwoordBetekenis
- verdacht maken, blameren, in opspraak brengen
Vervoeging van compromitteren
compromitterenhele werkwoord — compromitteerdeverleden tijd enkelvoud — compromitteerdenverleden tijd meervoud — gecompromitteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | compromitteer | compromitteerde |
| jij | compromitteert | compromitteerde |
| hij, zij, het | compromitteert | compromitteerde |
| wij | compromitteren | compromitteerden |
| jullie | compromitteren | compromitteerden |
| zij | compromitteren | compromitteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| compromitteer | gebiedende wijs |
| compromitteerde | verleden tijd |
| compromittere | aanvoegende wijs |
| compromitterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecompromitteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecompromitteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecompromitteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecompromitteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecompromitteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecompromitteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecompromitteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecompromitteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecompromitteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecompromitteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecompromitteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecompromitteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompromitteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompromitteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompromitteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecompromitteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecompromitteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecompromitteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecompromitteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecompromitteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te compromitteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecompromitteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen compromitteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecompromitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecompromitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecompromitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecompromitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecompromitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen compromitteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult compromitteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecompromitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecompromitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecompromitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verdacht maken’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van compromitteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| compromitteer | gebiedende wijs | compromitteren |
| compromitteerde | verleden tijd | compromitteren |
| compromitteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | compromitteren |
| compromitteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | compromitteren |
| compromittere | aanvoegende wijs | compromitteren |
| gecompromitteerd | voltooid deelwoord | compromitteren |
| gecompromitteerde | woordvorm | compromitteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van compromitteren zijn vastgelegd.