competentie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een ontwikkelbaar vermogen van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen
- een cluster van samenhangende kennis, vaardigheden en houdingen, deskundigheid, geschiktheid
- bevoegdheid tot handelen of oordelen
- de mate waarin een gesteente bestand is tegen erosie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| competenties | meervoud |
| competentietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| competentietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘deskundigheid, bevoegdheid’ voor het eerst aangetroffen in 1551
Woordfamilie van competentie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| competenties | meervoud | competentie |
| competentietje | verkleinwoord | competentie |
| competentietjes | verkleinwoord meervoud | competentie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van competentie zijn vastgelegd.