competentiegeschil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onenigheid aangaande de bevoegdheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| competentiegeschillen | meervoud |
| competentiegeschilletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| competentiegeschilletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van competentie en geschil
Woordfamilie van competentiegeschil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| competentiegeschillen | meervoud | competentiegeschil |
| competentiegeschilletje | verkleinwoord | competentiegeschil |
| competentiegeschilletjes | verkleinwoord meervoud | competentiegeschil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van competentiegeschil zijn vastgelegd.