commune
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord kɔ'mynəBetekenis
- woongemeenschap en leefgemeenschap
- groep mensen die gezamenlijk de productiemiddelen bezitten en als eenheid bestuurd worden
- gemeente
- gemeenschap,
Hoe spreek je commune uit?
/kɔˈmynə/
Commune bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| y | fuut |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| communes | meervoud |
| communetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| communetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van commuun
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leefgemeenschap’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van commune
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| communes | meervoud | commune |
| communetje | verkleinwoord | commune |
| communetjes | verkleinwoord meervoud | commune |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commune zijn vastgelegd.