citytrip
zelfstandig naamwoord, werkwoord /'sɪtitrɪp/Betekenis
- een toeristische reis naar een stad
Hoe spreek je citytrip uit?
/ˈsɪtitrɪp/
Citytrip bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| i | riet |
| r | rood |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citytripje | verkleinwoord, enkelvoud |
| citytripjes | verkleinwoord, meervoud |
| citytrips | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van citytrippen
- gebiedende wijs van citytrippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van citytrippen
Vervoeging van citytrip
citytriphele werkwoord
Herkomst
samenstelling van city zn en trip zn
Woordfamilie van citytrip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citytripje | verkleinwoord | citytrip |
| citytripjes | verkleinwoord meervoud | citytrip |
| citytrips | meervoud | citytrip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citytrip zijn vastgelegd.