center
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (- centerboor)
- kop van een draaibank
- middenspeler
- plek waar iets gebeurt, centrum (leenwoord uit Engels)
- (Verenigde Staten) centrum, midden
- (Verenigde Staten) centrum, instituut
zelfstandig naamwoord — masculine
- pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (-> centerboor)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| centers | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| centers | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van centeren
- gebiedende wijs van centeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van centeren
Vervoeging van center
centerhele werkwoord
Woordfamilie van center
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| centers | meervoud | center |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van center zijn vastgelegd.