cellist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- musicus die een violoncello of kortweg een cello bespeelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cellisten | meervoud |
| cellistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cellistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van cello met het achtervoegsel -ist.
Woordfamilie van cellist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cellisten | meervoud | cellist |
| cellistje | verkleinwoord | cellist |
| cellistjes | verkleinwoord meervoud | cellist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cellist zijn vastgelegd.