cascoverzekering
zelfstandig naamwoord 'kɑskovərzekərɪŋBetekenis
- verzekering tegen schade, diefstal e.d. aan een auto, dus niet voor de lichamelijke schade en ook niet voor de schade die je een ander aandoet ook de bagage is niet meeverzekerd
Hoe spreek je cascoverzekering uit?
/ˈkɑskovərzekərɪŋ/
Cascoverzekering bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| e | veel |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cascoverzekeringen | meervoud |
| cascoverzekeringetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cascoverzekeringetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van casco en verzekering
Woordfamilie van cascoverzekering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cascoverzekeringen | meervoud | cascoverzekering |
| cascoverzekeringetje | verkleinwoord | cascoverzekering |
| cascoverzekeringetjes | verkleinwoord meervoud | cascoverzekering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cascoverzekering zijn vastgelegd.