carré
zelfstandig naamwoord kɑˈreBetekenis
- vierkant (ook als opstelling/ slagorde)
- blok woningen
- vier dezelfde kaarten of uitkomsten bij het gooien van de pokerdobbelstenen
- wedstrijd tussen twee teams van elk twee personen bij bridge 1
- vierkant gebakje
- ribstuk
- halflang kapsel dat aan de onderkant recht is afgeknipt
- vierkant
- veld (v.e. speelbord bij dammen en schaken)
- vierkant oppervlak
- kwadraat
- stopsignaal
- 4
- trapportaal
- totebel 2
- 7, halflang kapsel
- hoekig
- duidelijk
- vastberaden
Hoe spreek je carré uit?
/kɑˈre/
Carré bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- wedstrijd tussen twee teams van elk twee personen bij bridge [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| carrés | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vierkant’ voor het eerst aangetroffen in 1773
Woordfamilie van carré
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| carrés | meervoud | carré |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van carré zijn vastgelegd.