capriool
zelfstandig naamwoord //Betekenis
- paardensprong waarbij tijdens het zweefmoment de achterbenen fel achteruit slaan, aanvankelijk ter verdediging tegen belagers (soldaten, wolven)
- een onbezonnen daad, een gekke streek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| capriolen | meervoud |
| capriooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| capriooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bokkensprong’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van capriool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| capriolen | meervoud | capriool |
| capriooltje | verkleinwoord | capriool |
| capriooltjes | verkleinwoord meervoud | capriool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van capriool zijn vastgelegd.