campingwinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een winkel op een kampeerterrein
- kampwinkel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| campingwinkels | meervoud |
| campingwinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| campingwinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van camping en winkel
Woordfamilie van campingwinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| campingwinkels | meervoud | campingwinkel |
| campingwinkeltje | verkleinwoord | campingwinkel |
| campingwinkeltjes | verkleinwoord meervoud | campingwinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van campingwinkel zijn vastgelegd.