cambium
zelfstandig naamwoord 'kɑmbijʏmBetekenis
- steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout
Hoe spreek je cambium uit?
/ˈkɑmbijʏm/
Cambium bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| i | riet |
| j | ja |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cambia | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1857
Woordfamilie van cambium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cambia | meervoud | cambium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cambium zijn vastgelegd.