buts
zelfstandig naamwoord, werkwoord bʏtsBetekenis
- een beschadiging waarbij een voorwerp is ingedeukt of dat er juist een buil is ontstaan
- beschadiging in het algemeen
Hoe spreek je buts uit?
/bʏts/
Buts bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| t | tak |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| butsen | meervoud |
| butsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| butsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van butsen
- gebiedende wijs van butsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van butsen
Vervoeging van buts
butshele werkwoord
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van buts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| butsje | verkleinwoord | buts |
| butsjes | verkleinwoord meervoud | buts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buts zijn vastgelegd.