buitenkleur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gelaatskleur van een individu dat veel buiten is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenkleuren | meervoud |
| buitenkleurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitenkleurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en kleur
Woordfamilie van buitenkleur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenkleuren | meervoud | buitenkleur |
| buitenkleurtje | verkleinwoord | buitenkleur |
| buitenkleurtjes | verkleinwoord meervoud | buitenkleur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenkleur zijn vastgelegd.