buitenbeentje
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die vanwege zijn uiterlijk, denkbeelden of gedrag afwijkt van zijn naaste omgeving. Veelal gaat het om de familiaire omgeving.
- een bastaard, omdat hij of zij is verwekt buiten de benen van de echtgenote van verwekker. Men gebruikte de uitdrukking binnenbeens gaan voor echtelijke trouw en buitenbeens gaan voor vreemdgaan.
- een deel van een mes waardoor men gelijkmatige plakken kan snijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; In de betekenis van ‘iem. die zich van de leden van een groep onderscheidt’ voor het eerst aangetroffen in 1859
Woordfamilie van buitenbeentje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenbeentjes | verkleinwoord meervoud | buitenbeentje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenbeentje zijn vastgelegd.