broekenman
zelfstandig naamwoordBetekenis
- klein jongetje dat pak sinds korte tijd een broek aanheeft
zelfstandig naamwoord — masculine
- klein jongetje dat pas sinds korte tijd een broek aanheeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| broekenlieden | meervoud |
| broekenlui | meervoud |
| broekenmannen | meervoud |
| broekenmannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| broekenmannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van broek en man met het invoegsel -en-
Woordfamilie van broekenman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| broekenlieden | meervoud | broekenman |
| broekenlui | meervoud | broekenman |
| broekenmannen | meervoud | broekenman |
| broekenmannetje | verkleinwoord | broekenman |
| broekenmannetjes | verkleinwoord meervoud | broekenman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broekenman zijn vastgelegd.