brandnetel
zelfstandig naamwoord 'brɑntnetəlBetekenis
- een plantengeslacht
- een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
Hoe spreek je brandnetel uit?
/ˈbrɑntnetəl/
Brandnetel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een plantengeslacht Urtica, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen
- Urtica dioica een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
- Urtica urens een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandnetels | meervoud |
| brandneteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandneteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van brand ww en netel
Woordfamilie van brandnetel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandnetels | meervoud | brandnetel |
| brandneteltje | verkleinwoord | brandnetel |
| brandneteltjes | verkleinwoord meervoud | brandnetel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandnetel zijn vastgelegd.