bramsteng
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een optionele verlenging van de grote mast van een zeilschip met daarop aanwezig het bramzeil
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bramstengen | meervoud |
| bramstengetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bramstengetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bram zn en steng zn
Woordfamilie van bramsteng
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bramstengen | meervoud | bramsteng |
| bramstengetje | verkleinwoord | bramsteng |
| bramstengetjes | verkleinwoord meervoud | bramsteng |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bramsteng zijn vastgelegd.