bramzeil
zelfstandig naamwoord 'brɑmzɛɪlBetekenis
- vierkant zeil dat gevoerd wordt aan het derde stuk mast vanaf het dek gerekend, de bramsteng
Hoe spreek je bramzeil uit?
/ˈbrɑmzɛil/
Bramzeil bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bramzeilen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vierkant zeil boven het marszeil’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Woordfamilie van bramzeil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bramzeilen | meervoud | bramzeil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bramzeil zijn vastgelegd.