bouwplek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plaats waar men bouwt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwplekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouwplekjes | verkleinwoord, meervoud |
| bouwplekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw zn en plek zn
Woordfamilie van bouwplek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwplekje | verkleinwoord | bouwplek |
| bouwplekjes | verkleinwoord meervoud | bouwplek |
| bouwplekken | meervoud | bouwplek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwplek zijn vastgelegd.