bouwplaats
zelfstandig naamwoord 'bɔuplatsBetekenis
- een plaats waar mensen iets bouwen
Hoe spreek je bouwplaats uit?
/ˈbɔuplats/
Bouwplaats bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwplaatsen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en plaats zn
Woordfamilie van bouwplaats
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwplaatsen | meervoud | bouwplaats |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwplaats zijn vastgelegd.