bouwhoek
zelfstandig naamwoord 'bɔuhukBetekenis
- deel van een ruimte of lokaal waar men iets kan bouwen
- gebied waar landbouw bedreven kan worden
Hoe spreek je bouwhoek uit?
/ˈbɔuhuk/
Bouwhoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| h | hoed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwhoeken | meervoud |
| bouwhoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouwhoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en hoek zn
Woordfamilie van bouwhoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwhoeken | meervoud | bouwhoek |
| bouwhoekje | verkleinwoord | bouwhoek |
| bouwhoekjes | verkleinwoord meervoud | bouwhoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwhoek zijn vastgelegd.