bouwgrond
zelfstandig naamwoord ˈbɑuɣrɔntBetekenis
- grond waarop men huizen kan en mag bouwen
- grond die voor landbouw geschikt is
Hoe spreek je bouwgrond uit?
/ˈbɑuxrɔnt/
Bouwgrond bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑu | koud |
| x | acht |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwgronden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en grond
Woordfamilie van bouwgrond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwgronden | meervoud | bouwgrond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwgrond zijn vastgelegd.