bouwgroep
zelfstandig naamwoord 'bɔuɣrupBetekenis
- een holding met verschillende werkmaatschappijen
Hoe spreek je bouwgroep uit?
/ˈbɔuxrup/
Bouwgroep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| x | acht |
| r | rood |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwgroepen | meervoud |
| bouwgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouwgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw zn en groep zn
Woordfamilie van bouwgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwgroepen | meervoud | bouwgroep |
| bouwgroepje | verkleinwoord | bouwgroep |
| bouwgroepjes | verkleinwoord meervoud | bouwgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwgroep zijn vastgelegd.