bouwfonds
zelfstandig naamwoord 'bɔufɔntsBetekenis
- fonds waaruit bouwkosten betaald of voorschotten daarop gegeven worden
- fonds dat onder de naam Bouwfonds (Nederlandse Gemeenten) door heel Nederland betaalbare woningen heeft gebouwd maar nu is geprivatiseerd en daarna werd geplaagd door vastgoedfraude uitgevoerd door de directie
Hoe spreek je bouwfonds uit?
/ˈbɔufɔnts/
Bouwfonds bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| f | fiets |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwfondsen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en fonds
Woordfamilie van bouwfonds
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwfondsen | meervoud | bouwfonds |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwfonds zijn vastgelegd.