bouwfirma
zelfstandig naamwoord ˈbɑufɪrmaBetekenis
- bedrijf dat zich toelegt op het maken van gebouwen
Hoe spreek je bouwfirma uit?
/ˈbɑufɪrma/
Bouwfirma bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑu | koud |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwfirma's | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en firma zn
Woordfamilie van bouwfirma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwfirma's | meervoud | bouwfirma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwfirma zijn vastgelegd.