bouwfraude
zelfstandig naamwoord 'bɔufrɔudəBetekenis
- Fraude gepleegd in Nederland door minimaal 344 Nederlandse bouwbedrijven vanaf 1990 tot rond 2000 bij de aanbesteding van overheidsprojecten waarbij ambtenaren werden omgekocht en die in 2002 werd onderzocht door een parlementaire enquête
Hoe spreek je bouwfraude uit?
/ˈbɔufrɔudə/
Bouwfraude bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| f | fiets |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwfraudes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw ww en fraude
Woordfamilie van bouwfraude
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwfraudes | meervoud | bouwfraude |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwfraude zijn vastgelegd.