bourgeois
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord burˈʒwɑBetekenis
- burgerlijk persoon uit de middenstand, uit de bezittende klasse
- klein, bekrompen burgertje
- burgerlijk, kleinburgerlijk
Hoe spreek je bourgeois uit?
/burˈʒwɑ/
Bourgeois bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| r | rood |
| ʒ | journaal |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bourgeoistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bourgeoistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘burger’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van bourgeois
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bourgeoistje | verkleinwoord | bourgeois |
| bourgeoistjes | verkleinwoord meervoud | bourgeois |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bourgeois zijn vastgelegd.