botox
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- neurotoxisch gif dat wordt ingespoten om bepaalde gezichtsspieren te verlammen en zo rimpels minder zichtbaar te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| botoxje | verkleinwoord, enkelvoud |
| botoxjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van botoxen
- gebiedende wijs van botoxen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van botoxen
Vervoeging van botox
botoxhele werkwoord
Woordfamilie van botox
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| botoxje | verkleinwoord | botox |
| botoxjes | verkleinwoord meervoud | botox |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botox zijn vastgelegd.