bosaardbei
zelfstandig naamwoord 'bɔsardbɛɪBetekenis
- wilde aardbei
Hoe spreek je bosaardbei uit?
/ˈbɔsardbɛi/
Bosaardbei bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Fragaria vesca de wilde tegenhanger van de cultuuraardbei. Maar waar de cultuuraardbei een kruising is tussen soorten, is de bosaardbei een botanische soort. De bosaardbei wordt ook wel kleine bosaardbei genoemd, ter onderscheid van de grote bosaardbei (Fragaria moschata). De bosaardbei groeit in bijna heel België en Nederland, vooral in bosgebieden en meestal op een ietwat vochtige zandgrond in gefilterd zonlicht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bosaardbeien | meervoud |
| bosaardbeitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bosaardbeitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos en aardbei
Woordfamilie van bosaardbei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bosaardbeien | meervoud | bosaardbei |
| bosaardbeitje | verkleinwoord | bosaardbei |
| bosaardbeitjes | verkleinwoord meervoud | bosaardbei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bosaardbei zijn vastgelegd.