borrel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbɔrəlBetekenis
- klein glaasje met sterke drank, gedistilleerd
- gezellige samenkomst waar ook alcoholische dranken worden geschonken, meestal vergezeld van een hapje
Hoe spreek je borrel uit?
/ˈbɔrəl/
Borrel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| borrels | meervoud |
| borreltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| borreltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borrelen
- gebiedende wijs van borrelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borrelen
Vervoeging van borrel
borrelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘glas sterkedrank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1692
Woordfamilie van borrel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| borrels | meervoud | borrel |
| borreltje | verkleinwoord | borrel |
| borreltjes | verkleinwoord meervoud | borrel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van borrel zijn vastgelegd.