boogscheut
zelfstandig naamwoord 'boxsxøtBetekenis
- (België) een kleine afstand (die met een schot van een boog is te overbruggen)
Hoe spreek je boogscheut uit?
/ˈboxsxøt/
Boogscheut bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| x | acht |
| s | sok |
| ø | deur |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een kleine afstand (die met een schot van een boog is te overbruggen) figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boogscheuten | meervoud |
| boogscheutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boogscheutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boog en scheut
Woordfamilie van boogscheut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boogscheuten | meervoud | boogscheut |
| boogscheutje | verkleinwoord | boogscheut |
| boogscheutjes | verkleinwoord meervoud | boogscheut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boogscheut zijn vastgelegd.