boerenkar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenvoudige tweewielige kar gebruikt op de boerderij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boerenkarren | meervoud |
| boerenkarretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boerenkarretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boer en kar met het invoegsel -en-
Woordfamilie van boerenkar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boerenkarren | meervoud | boerenkar |
| boerenkarretje | verkleinwoord | boerenkar |
| boerenkarretjes | verkleinwoord meervoud | boerenkar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boerenkar zijn vastgelegd.