boerenjongen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zoon van een boer of boerenknecht, een weinig ontwikkeld persoon
- rozijnen op brandewijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boerenjongens | meervoud |
| boerenjongetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boerenjongetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boer en jongen met het invoegsel -en-
Woordfamilie van boerenjongen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boerenjongetje | verkleinwoord | boerenjongen |
| boerenjongetjes | verkleinwoord meervoud | boerenjongen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boerenjongen zijn vastgelegd.