bloemkooloor
zelfstandig naamwoord 'blumkolorBetekenis
- misvorming aan de oorschelp door beschadiging van het kraakbeen waardoor dit het bolle uiterlijk van een bloemkool krijgt, vooral voorkomend bij vechtsporten als boksen en rugby.
Hoe spreek je bloemkooloor uit?
/ˈblumkolor/
Bloemkooloor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| m | maan |
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloemkooloortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bloemkooloortjes | verkleinwoord, meervoud |
| bloemkooloren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bloemkool en oor
Woordfamilie van bloemkooloor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloemkooloortje | verkleinwoord | bloemkooloor |
| bloemkooloortjes | verkleinwoord meervoud | bloemkooloor |
| bloemkooloren | meervoud | bloemkooloor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloemkooloor zijn vastgelegd.