blauwwier
zelfstandig naamwoord ˈblɑuwirBetekenis
- waarvan sommige soorten voor mens of dier giftige stoffen kunnen afscheiden
Hoe spreek je blauwwier uit?
/ˈblɑuwir/
Blauwwier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɑu | koud |
| w | quiz |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor op algen lijkende eencelligen uit de stam Cyanobacteria, waarvan sommige soorten voor mens of dier giftige stoffen kunnen afscheiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauwwieren | meervoud |
| blauwwiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blauwwiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van blauw en wier
Woordfamilie van blauwwier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blauwwiertje | verkleinwoord | blauwwier |
| blauwwiertjes | verkleinwoord meervoud | blauwwier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blauwwier zijn vastgelegd.