blauweregen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- geslacht van heesters of klimplanten met lichtblauwe, welriekende bloemen
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor heesters of klimplanten met lichtblauwe, welriekende bloemen uit het geslacht Wisteria
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauweregens | meervoud |
| blauweregentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blauweregentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van blauw en regen met het invoegsel -e-
Woordfamilie van blauweregen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blauweregens | meervoud | blauweregen |
| blauweregentje | verkleinwoord | blauweregen |
| blauweregentjes | verkleinwoord meervoud | blauweregen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blauweregen zijn vastgelegd.