blauwdruk
zelfstandig naamwoord ˈblɑudrʏkBetekenis
- een directe fotografische kopie in witte lijnen op een achtergrond van Pruisisch blauw
- een gedetailleerd ontwerp van iets dat in uitvoering genomen gaat worden
Hoe spreek je blauwdruk uit?
/ˈblɑudrʏk/
Blauwdruk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- directe fotografische kopie in witte lijnen op een achtergrond van Pruisisch blauw
- gedetailleerd ontwerp van iets dat in uitvoering genomen gaat worden figuratively
- techniek om stoffen met indigo te kleuren, waarbij witte patronen worden uitgespaard met behulp van een vooraf aangebrachte pasta
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauwdrukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blauwdrukjes | verkleinwoord, meervoud |
| blauwdrukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van blauw en druk **[2] omdat deze methode vaak werd gebruikt om bouwtekeningen te vermenigvuldigen
Woordfamilie van blauwdruk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blauwdrukje | verkleinwoord | blauwdruk |
| blauwdrukjes | verkleinwoord meervoud | blauwdruk |
| blauwdrukken | meervoud | blauwdruk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blauwdruk zijn vastgelegd.