binnenoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- binnenste deel van het oor achter het middenoor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnenoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| binnenoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| binnenoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van binnen en oor
Woordfamilie van binnenoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenoortje | verkleinwoord | binnenoor |
| binnenoortjes | verkleinwoord meervoud | binnenoor |
| binnenoren | meervoud | binnenoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenoor zijn vastgelegd.