Naar de inhoud

bingo

kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en 'Bingo!' roept

bingo is meer dan één woord

bingo

zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel, werkwoord ˈbɪŋɡo

Betekenis

  1. kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en 'Bingo!' roept
  2. een uitroep gebruikt door spelers van bingo om aanspraak te maken op een overwinning
  3. een uitroep bij het vinden van iets waar naar men op zoek was

Hoe spreek je bingo uit?

/ˈbɪŋgo/

Bingo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɪŋgo/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɪ pit
ŋ ding
g goal
o boot
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

zelfstandig naamwoord — masculine, neuter

  1. kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en "Bingo!" roept

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
bingo's meervoud

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bingoën
  • gebiedende wijs van bingoën
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bingoën

Vervoeging van bingo

bingohele werkwoord

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hazardspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968

Woordfamilie van bingo

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bingo's meervoud bingo

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bingo zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bingo

Hoe spreek ik bingo uit?
Zo spreek je bingo uit: /ˈbɪŋɡo/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van bingo?
Bingo is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en 'Bingo!' roept. In totaal staan er 4 betekenissen.
Wat is het meervoud van bingo?
Van bingo geldt: het meervoud is bingo's. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bingo?

Bingo rijmt op 2 woorden op -ingo; flamingo en cardiobingo bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bingo, uitspraak ˈbɪŋgo, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
flamingo 3
cardiobingo 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bingo is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. O 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bingo levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. G 3
  5. O 1
  6. 11 zonder bonus
  7. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bingo telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bingo in het kort

bingo is zowel zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel als werkwoord. Welke van de betekenissen geldt, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort.

bingo: kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en 'Bingo!' roept
Deel bingo — standaardnederlands.nl