bijzit
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'bɛɪzɪtBetekenis
- een vrouw die met een man leeft, zonder met hem gehuwd te zijn
Hoe spreek je bijzit uit?
/ˈbɛizɪt/
Bijzit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijzitten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijzitten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijzitten
Vervoeging van bijzit
bijzithele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘concubine’ voor het eerst aangetroffen in 1599