bijval
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- openlijk geuite instemming, applaus, steun
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijvallen
Vervoeging van bijval
bijvalhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘toejuiching’ voor het eerst aangetroffen in 1818